Op deze site wil ik graag foto's van mijn degoefamilie laten zien, het is echt een bijzonder dier. Je kunt ze kopen in sommige dierenspeciaalzaken, maar te weinig mensen weten iets over hun verzorging. Het dier komt uit Chili.
Het dier is in 1782 voor het eerst beschreven door de Spaanse jezuïet Juan Ignazio Molina en heeft toen zijn naam gekregen.
Het is in Chili één van de meest voorkomende diersoorten. Het diertje is te vinden in open, rotsachtige, prairie-achtige gebieden tot een hoogte van 1500 meter. Ze klauteren daar over stenen en in de onderste delen van bomen en struiken. Ze zullen vrijwel nooit hoger dan anderhalve meter boven het aardoppervlak klimmen. Degoe's graven ook holen en maken gebruik van rotsspleten.
Ze zijn voornamelijk overdag actief. De voornaamste vijanden van de degoes zijn roofvogels (vooral uilen, en kleinere roofdieren). De degoe heeft in de vorm van zijn staart een zogenaamd 'tweede leven'. De roofvogels (en kleinere roofdieren) pakken de degoe bij de staart, die aan het einde een zwart pluimpje heeft.
De huid om de staart zit echter zo los dat deze afstroopt als het dier aan de staart gepakt wordt. Het geeft de degoe de kans om te vluchten. Eenmaal in veiligheid zal de degoe het bloedende deel van de staart afknagen om infecties te voorkomen. De afgeknaagde staartpunt (of -helft) zal snel genezen, maar niet meer aangroeien. De degoe houdt in zo'n geval een halve staart over en lijkt van deze handicap in het geheel geen last te hebben.
In de vrije natuur ziet men redelijk veel dieren met beschadigde staarten. Dat betekent dat we van de staart af moeten blijven willen we er naar kunnen blijven kijken. Wij kunnen het dier beter niet aan de staart oppakken zoals dat bij tamme ratten of gerbils wel eens gebeurt. Onder de huisdieren lopen er veel degoe' s rond die door onkunde of een ongeluk een beschadigde staart hebben.
De degoes kwamen rond 1985 via de dierenhandel naar Nederland. De dieren waren heel bijzonder en duur. Het geval doet zich voor dat er bepaalde streken in Nederland zijn waar het dier populairder is dan in andere streken.
Of het dier vaker in Tjieterkstradeel dan in Oost-Maarland wordt gehouden, weet ik niet.
Voor een paartje werd wel 300 gulden betaald. Tegenwoordig kost een paartje 35 euro. Degoes waren toen veel groter dan nu. Een degoe in het wild is 25-31 cm lang en weegt ongeveer 170 tot 300 gram. Zo groot en zwaar zijn de tegenwoordige huisdierdegoes al lang
niet meer. Vooral door inteelt zijn de dieren veel kleiner en ook minder sterk en meer vatbaar voor ziekten geworden. Een reden waarom ik iedereen adviseer om bij alle dieren inteelt zo veel mogelijk te voorkomen. Ook zijn de nesten veel kleiner geworden. Vroeger waren nesten van meer dan tien jongen geen uitzondering. Tegenwoordig worden in een worp meestal vier tot tien jongen geboren.
Degoes zijn geschikt als huisdier maar zijn qua gedrag niet te vergelijken met hamsters of konijntjes. Het zijn hele nieuwsgierige, leuke, dagactieve dieren maar zeker geen knuffeldieren! Degoes zijn groepsdieren met een uitgesproken sociaal gedrag en kunnen dus absoluut niet alleen gehouden worden. Een degoe alleen zal éénzaam verpieteren in zijn kooitje. Ze dienen in een groep van
|
|
Ze dienen in een groep van 2 of meer dieren in een ruime kooi gehouden te worden. Wel moeten we natuurlijk rekening houden met het feit dat een gemengd verblijf met mannen en vrouwen altijd leidt tot jongen! En het is niet eenvoudig om voor al die jongen onderdak te vinden.
Een groepje degoes van drie tot zeven dieren is dus de beste oplossing. Als de dieren jong zijn is het makkelijk om de groep te vormen. Op latere leeftijd kunnen vooral oudere mannetjes problemen veroorzaken wanneer ze bij elkaar in een verblijf gezet worden.
Er is ook een andere meer natuurlijke methode om een groep te vormen. Plaats een paartje bij elkaar en laat ze jongen krijgen. Zet ongeveer zes weken na de geboorte de man met zijn zoons in een apart verblijf en zoek daar onderdak voor. Zo zijn er twee leuke groepen ontstaan. Het is mogelijk om het mannetje door de dierenarts te laten castreren (kosten ca. € 50,--, incl. BTW.)
en voor de zoons een nieuwe eigenaar te zoeken.
Een belangrijk aandachtspunt is de huisvesting. Degoes kunnen knagen als de beste en versnipperen alles wat niet van staal, glas of steen is. Een mooie caviakooi met plastic onderbak zal vroeg of laat sneuvelen. Een glazen acquarium of terrarium met erop een constructie van gaas of tralies is geschikt. Je kan zelf een verblijf van hout en gaas bouwen maar dan moet al het hout van de binnenzijde glad zijn en de hoeken met gaas bekleed.
Zoals gezegd houden de degoes heel erg van klimmen en klauteren. Die mogelijkheid moeten de dieren dan ook hebben. Een kooi voor een klein groepje degoe's zal minimaal 100 meter breed, 50 centimeter diep en 1 meter hoog moeten zijn. Als inrichting kunnen stenen, takken (die langzaam zullen verdwijnen) en stronken worden gebruikt.
Degoe's moeten beslist geen vetrijk en suikerrijk voedsel krijgen. Zaden, granen, groente, dunne wilgentakken en af en toe noten. Vrijwel alles wordt gegeten. Alhoewel de degoe nauw verwant is aan de cavia hoeft het dier geen extra vitamine C in het voer te krijgen. Er bestaat speciaal degoevoer van Vitakraft en van JR-Farm, maar de diertjes doen het ook uitstekend op caviavoer van Puik.
Het hoofdvoer is hooi.
Maakt u zich geen zorgen als uw degoe tjilpt als een kanarie of blaast als een kat. Dit zijn natuurlijke gedragingen. Degoe' s zijn overigens hondsbrutaal en dapper. U zou eens moeten zien en horen hoe een mannetjesdegoe te keer gaat tegen een kat die voor de kooi zit.
|